Blijf op de hoogte!

Hier kan u zich snel en eenvoudig inschrijven voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Geert van Istendael

Problemen in Brussel?

geschreven door Geert van Istendael op 26 juli 2010

Niet zo erg oplettende lezers zouden de indruk kunnen krijgen dat Brussel één grote open taalwonde is. Dat wonde die drrrringend ontsmettende zalf en hygiënische  pleisters nodig heeft. Ach wat. Het taalprobleem is in Brussel  hoogstens probleem nummer elf. Alla, nummer zeven. We hebben zoveel andere varkentjes te wassen.

Geografen maken allerlei soorten kaarten van Brussel. Zo zijn die geografen nu eenmaal, ze kunnen het kaarten maken niet laten.Volgens mij hebben ze een tic nerveux.
Wij, Brusselaars, moeten hun dankbaar zijn voor die afwijking.
Er bestaan kaarten van de werkloosheid en van de armoede en van de verkrotting en van het opleidingsniveau, er komt gewoon geen eind aan de invalshoeken.
Leg nu die kaarten eens op elkaar. Ze krijgen in één beweging een sombere geladenheid over zich. Ze scheiden een onheilspellende duidelijkheid af.
De oorzaak is zeer eenvoudig. Ze overlappen elkaar nagenoeg volkomen. Je krijgt een schakeling van inktzwarte gelijkheidstekens:
werkloosheid = armoede = verkrotting = lage scholing.
Ziedaar de wérkelijk grote problemen van Brussel, vandaag en morgen. En overmorgen.   

Men kan opwerpen dat werkloosheid ook in Vlaanderen bestaat en zeker in Wallonië. Ongetwijfeld,  maar we mogen toch niet uit het oog verliezen dat de werkloosheid in Brussel boven eenentwintig procent ligt. Wil iemand me waarschuwen zodra beterschap optreedt? Ik heb al jarenlang nikets dan neergang bespeurd.
Meer dan eenentwintig procent, dat is erger dan Oost-Berlijn of Boekarest. Dat is erger dan in Spanje en de Spaanse economie wordt door een stelletje financiële gangsters kapot gespeculeerd. We mogen eigenlijk van geluk spreken dat de gewetenloze boeven die de beurzen en de rating-kantoren en de grote banken bevolken de ellende in de hoofdstad van de Europese Unie nog niet hebben opgesnoven.
Bovendien, eenentwintig procent, dat is maar een gemiddelde. Dat ene cijfer verbergt cijfers die nog akeliger zijn. In sommige buurten van Brussel vind je veertig, vijftig, zestig procent werklozen. Als je naar de jongeren gaat kijken, kan het cijfer oplopen tot zeventig procent. Het mag een mirakel heten dat de woede die buurten niet vaker ontploft. Ik ben het vaak genoeg oneens met professor Corijn, maar als hij zegt dat de werkloze jongeren in Brussel eigenlijk heel braaf zijn, heeft hij overschot van gelijk.  
Want weet je, die jongeren leven met hun neus op de grootste luxe van Europa. Elke dag. Een jongere die zich verveelt in een sociale krot aan de onderkant van de Marollen, heeft exact vijf minuten nodig om te voet naar de Grote Zavel te wandelen. Hij hoeft zich niet eens te haasten. En daar ziet hij de pakken van Armani en de taarten van Wittamer en de peperdure antiekzaken en restaurants. Men begrijpe mij niet verkeerd, ik ben geen vale  puritein, integendeel. Ik heb niets tegen rijkdom en luxe, maar in een stad als Brussel moet je je toch bewust zijn van het demonstratie-effect dat je uitstalraam genereert.   

Ik liet het woord krot vallen. Ja natuurlijk heb je als werkloze geen centen voor een beter huis (en zeker niet als ook je pa al werkloos was en eventueel je opa nog, gesteld dat die in België woonden). Ja natuurlijk kun je niet uit de werkloosheid spartelen, want je mist een bruikbaar diploma. Of dat nou je eigen schuld is of de schuld van de school of gedeelde schuld, daar kunnen we het misschien een volgende keer over hebben. Eén feit blijft: je mist een bruikbaar diploma. 

Je zit in de val.
En geloof me vrij, de jongeren en ouderen die in de val zitten heten meestal niet, wacht even, heten haast nooit, Van den Bergh of Dupont. Als je bedenkt dat de populairste jongensnaam in Brussel Mohammed is, dan weet je meteen dat er voor alle kleine Mohammedjes die krijsend de wereld worden ingestoten, niet geweldig veel toekomst in het vooruitzicht is. Maar zij zijn de toekomst, verdomme. Wie anders dan zij?

Het spijt me zeer, arbeidsmarkt, maar jou moeten we nou even opsluiten in de kolenkelder. Jij weigert nu al jaren koppig het beloofde product af te leveren in voldoende hoeveelheden. Werk namelijk. Het wordt hoog tijd dat we werk maken van werk. En een beetje vlug. En voor iedereen. Zonder uitzondering. Dat bespaart ons armoede en kleine misdaad en nog een heleboel ander gedonder. Nee, nee, arbeidsmarkt, niet tegensputteren. Wij, Brusselaars, kennen jouw streken onderhand wel. 

Was het maar waar.

 

Geert van Istendael

Naar het blogoverzicht · Vorige (Brussel) · Volgende (Koning Boudewijn koos resoluut partij voor de Palestijnen)

Reageer

Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond