De beelden van de rouwende en verdrietige mensen bij de dood (17/12/2011) en begrafenis van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-il, ook bekend onder verschillende officiële bijnamen zoals ‘de zon van het socialisme’, ‘de grootste man die ooit heeft geleefd’ en ‘hij die verscheen uit het licht van zon en maan’, blijven intrigerend. Er vloeide al heel wat inkt over de vraag of het verdriet echt is of gespeeld. De Noord-Koreaanse versie van Martine Tanghe barstte in tranen uit toen ze het nieuws van het overlijden van ‘de vader aller Koreanen’ aankondigde. Vele waarnemers houden het erop dat de massahysterie en het verdriet gespeeld zijn. Wie niet weent, riskeert de cel of erger, verbanning naar een concentratiekamp, foltering, zelfs de dood. Vele inwoners zijn ondervoed en kunnen het zich niet veroorloven om geen loyaliteit aan het regime te tonen, wat tot sociale isolatie zou leiden en fataal kan aflopen. In de jaren negentig stierven in Noord-Korea naar schatting twee tot drie miljoen mensen de hongerdood. Kortom, we zouden mensen zien die acteren. Hun verdriet is gespeeld, uit zelfbehoud.
Ik heb daar zo mijn twijfels bij. De beelden roepen drie mogelijke verklaringen op, die elkaar misschien onderling versterken, of tot elkaar zijn te herleiden. Ze kunnen ook alle drie fout zijn, ik schrijf ze op voor wat ze waard zijn. Zo is er het Stockholmsyndroom, een vreemd fenomeen waarbij mensen die ontvoerd of zelfs mishandeld zijn toch positief gaan denken over hun ontvoerder of folteraar. Het begrip ontstond in 1973 na een zesdaagse gijzeling van vier mensen in een bank in Stockholm. Tot de stomme verbazing van familieleden, politie en nagenoeg alle andere buitenstaanders, stonden de gegijzelden na afloop van de gijzeling positief tegenover de criminelen. De verklaring hiervoor zou zijn dat het leven van de slachtoffers letterlijk afhankelijk was van de gijzelaars. Die laatsten beschikten over leven en dood. Als de gegijzelden nog leven, dan hebben ze dat te danken aan de gijzelaars. Zo kan degene die gefolterd wordt de beul oprecht dankbaar zijn omdat deze hem ook eten en drinken geeft, hoe weinig ook, en dus in leven houdt. Als diegene die jou in leven houdt een ongeluk overkomt of doodgaat, dan is het niet zo abnormaal dat je daar oprecht verdriet bij voelt, hoe verwrongen dit voor een buitenstaander ook lijkt. Als vier mensen het Stockholmsyndroom kunnen ervaren, dan misschien ook een hele natie? De gegijzelden in Stockholm bevonden zich in een zeer extreme situatie, maar de inwoners van Noord-Korea ook. Andere gelijkenissen, zoals de afhankelijkheid van een almachtige gijzelaar of dictator, liggen voor de hand.
Een tweede mogelijke verklaring zoek ik in de kenmerken van sekten (meer politiek correct spreekt men over ‘nieuwe religieuze bewegingen’). Bij sekten denken we aan relatief kleine groeperingen, die excentrieke visies hebben over het leven en de maatschappij, over de verhouding tussen mannen en vrouwen, de opvoeding van kinderen, de democratie, enzovoort. Vaak is er een zogenaamde goeroe, die de sekteleden vrijwel blindelings gehoorzamen. Contact met de buitenwereld is beperkt of onbestaande, vroegere familiebanden en vriendschappen zijn verbroken. In het beste geval heerst in de sekte het gevoel dat ze onbegrepen zijn door iedereen, maar in het slechtste geval dat de hele buitenwereld zich vijandig opstelt. Ook hier zijn de overeenkomsten met Noord-Korea treffend. Wat geldt voor een wereldvreemde sekte van enkele tientallen of honderden leden, kan evengoed opgaan voor een extreem geïsoleerd land met ruim 24 miljoen inwoners. Sommige mensen opperen in deze context ook zogenaamde hersenspoeling (brainwashing) als mogelijke verklaring. Dat is minder overtuigend. Hersenspoeling bestaat niet, tenminste toch niet in de betekenis die men er doorgaans aan hecht, als zou men de ideeën en opvattingen van iemand met bepaalde technieken als het ware kunnen wegspoelen, en er simpelweg andere voor in de plaats kan stellen. De goeroe, grote leider of dictator wist het mentale bord schoon en schrijft in de plaats zijn rode, groene of andere boekje. Het menselijk brein blijkt evenwel niet zo in elkaar te zitten. Uiteraard kan men mensen mentaal beïnvloeden, onder druk zetten, chanteren en indoctrineren, wat er gaandeweg kan toe leiden dat ze kritiekloos de opvattingen overnemen van het regime of de leider. Zodra men een betrokkenheid ontwikkelde naar bepaalde opvattingen toe, is het lastig om er nog vanaf te geraken. Paradoxaal genoeg is het zelfs extra moeilijk om opvattingen te herzien waartegen men zich lang verzet heeft. De verklaring hiervoor is dat de psychische investering groter was, en net zoals bij andere investeringen houden we hardnekkiger vast aan datgene wat ons meer moeite, tijd of geld heeft gekost.
Ten slotte moet ik bij de beelden uit Noord-Korea ook denken aan de theorie over bedrog en zelfbedrog van de briljante Amerikaanse evolutiebioloog Robert Trivers. Trivers publiceerde in de jaren zeventig, toen hij in de twintig was, een aantal artikelen die van fundamenteel belang zijn voor de evolutietheorie en -psychologie. Recent verscheen zijn boek The Folly of Fools. The Logic of Deceit and Self-Deception in Human Life. Hij zet er zijn theorie over bedrog en zelfbedrog in uiteen, het resultaat van dertig jaar studie. In De ongelovige Thomas heeft een punt leggen Maarten Boudry en ik die theorie in grote lijnen uit. We baseerden ons daarvoor op artikelen en lezingen van Trivers; zijn boek verscheen pas na het onze. Ik kan iedereen de lectuur ervan aanbevelen, het is een van die werken die je op een fundamenteel andere manier over jouw en andermans opvattingen en gedrag laat nadenken. In essentie komt Trivers’ stelling erop neer dat mensen zichzelf bedriegen om zodoende makkelijker iemand anders te kunnen bedriegen. Toegepast op het verdriet van de Noord-Koreanen bij de dood van hun onderdrukker: honderdduizenden of zelfs miljoenen mensen overtuigen zichzelf ervan, cognitief en emotioneel, dat hun verdriet reëel is, omdat ze anders het risico lopen dat het regime hen als bedriegers ontmaskert. Wie zijn eigen leugens gelooft, liegt makkelijker en is daardoor geloofwaardiger.
Het laatste woord over de collectieve waan waarin miljoenen mensen leven is hiermee natuurlijk niet gezegd. Veel Noord-Koreanen hebben sinds hun geboorte geen ander leven gekend. Misschien hoef je jezelf dan niet eens te bedriegen om ervan overtuigd te zijn dat je land het paradijs op aarde is en de leider ervan ‘de onoverwinnelijke generaal’, ‘de geliefde leider’ en ‘de zoon van de 21e eeuw’. In zijn memoires, getiteld De Patagonische haas (2011), doet Claude Lanzmann verslag van een bezoek dat hij als journalist in 1958 aan Noord-Korea bracht. Het was vijf jaar na de oorlog, op het moment van dit schrijven ruim vijftig jaar geleden. Lanzmanns verslag is hallucinant, en geeft een ijzersterk beeld van het verstikkende klimaat dat toen reeds heerste in het land. Hij werd verliefd op een Noord-Koreaanse verpleegster en de liefde was wederzijds, maar het totalitaire, orwelliaanse karakter van het land maakte een relatie onmogelijk. Lanzmann schrijft: ‘Het is waanzin, de stalinistische repressie van het regime is gruwelijk, iedereen wantrouwt iedereen en dat staat geen enkele vrijheid toe.’ Er zijn geen redenen om te denken dat de situatie in het land momenteel anders is, wel integendeel. Wie erin opgroeit, heeft geen schijn van kans om een zelfstandig leven te ontplooien. Net daardoor kan verdriet dat op ons een valse indruk maakt, voor de Noord-Koreanen zelf op een bizarre wijze authentiek zijn. Je kan immers slechts op een oorspronkelijke manier verdriet acteren, als je een autonome identiteit bezit. Het heeft maar zin om een masker op te zetten, als je gezicht je echte identiteit weergeeft. De communistische dictatuur laat niet toe dat Noord-Koreanen een individuele identiteit bezitten en plooit de gezichtsexpressies naar de emoties die ze wenst. Het verdriet is echt, maar het behoort de Noord-Koreaanse burgers zelf niet toe.
Ik wil met dit alles niet beweren dat er geen hoop meer is voor het Noord-Koreaanse volk. We weten dat er jaarlijks duizenden het land ontvluchten. Wellicht zijn er véél meer die weg willen, maar niet kunnen of niet durven. Dat wijst op inzicht in de onmenselijke en onwaardige situatie waarin ze zich bevinden. Het Roemeense regime onder Nicolae Ceausescu had professionele huilers in dienst. Het zal in Noord-Korea niet anders zijn, en allicht realiseert een bepaald deel van de bevolking zich dat er voortdurend een toneelstuk wordt gespeeld. Hoe groot dat deel is, daar hebben we het raden naar. Misschien is er, zoals in de Sovjet-Unie onder Stalin, ook stil maar angstig verzet dat letterlijk gefluisterd wordt, zoals Orlando Figes documenteerde in zijn magistrale studie Fluisteraars. Leven onder Stalin (2007). De verpleegster waarop Claude Lanzmann verliefd werd, was tenslotte ook op hem verliefd. Er was niets fout met haar emotionele gemoedstoestand, maar alles met de agressie van het regime waaronder ze leefde. Voor Lanzmann plengde ze echte tranen, maar voor de dood van Kim Jong-il, gesteld dat ze nog leeft, hopelijk slechts krokodillentranen.

Reacties
Door Patty 17/05/12 (3 maanden geleden)
Ð ÑÑПЌ ÑÑП-ÑП еÑÑÑ Ð ÑÑП ПÑлÐÑÐœÐ°Ñ ÐÐеÑ. Я ÐÐ°Ñ Ð¿ÐŸÐÐеÑжÐвах. Het srnttpuat is Literaire Salon Jimmink, …
Door auto insurance online 17/05/12 (2 maanden geleden)
Kevin was very special to Elaine and me from the first sesshin we attended 6 or 7 years ago to the most recent a few weeks ago, when he came in during an evening sitting walking slowly with his cane and friends in support. I'll miss his humor and his dedication.