Op 3 augustus 1961 lunchen Boudewijn en Fabiola met dictator Franco voor de kust van San Sebastian. Een fotograaf slaagt erin een foto te nemen van Boudewijn en generaal Castiella, de omstreden minister van Buitenlandse Zaken. De koning en de generaal geven elkaar de hand.
Heel wat Belgen reageren woedend. ‘Ik herinner me nog het bezoek van de koning en de koningin aan Breendonk afgelopen mei. De koningin was heel charmant en wij verkeerden in de mening dat haar emotie echt was. Dat was niets dan komedie, want nu horen wij dat zij met vrienden van Hitler en Mussolini aan tafel zit’, vertelt een overlevende van de Tweede Wereldoorlog. ‘Weg met de dynastie! Leve de republiek, dan zijn we van dat soort vernederingen verlost.’
Een andere foto toont Fabiola, breed lachend en gezeten tussen Boudewijn en Castiella. Over Fabiola wordt in ons land het hardst geoordeeld. ‘De Spaanse wordt aan de kaak gesteld, zoals in andere tijden in Parijs de Oostenrijkse met de vinger gewezen werd.’
Veranderen Boudewijn en Fabiola na dit incident met Franco hun houding tegenover de caudillo? Al was het maar om een boel Belgen niet meer teggen de borst te stoten, te schokken of te beledigen? Neen. Ze blijven generaal Franco tot zijn dood in 1975 ontmoeten. Alleen worden de bezoeken veel discreter. De vriendschap zal levenslang blijven. De koning blijft een huisvriend van generaal Franco.
Edward Korry, voormalige ambassadeur van de VS in Chili, beweert dat de koninklijke familie van België een van de geldschieters was van de campagne van de Chileense politicus Eduardo Montalva Frei. Gelijkaardige beweringen worden geuit in de documentaire The last stand of Salvador Allende.
Frei was de christendemocratische tegenkandidaat van de marxistische Allende tijdens de presidentsverkiezingen van 1964. De CIA had een plan om de linkse Allende te discrediteren. Daarvoor was geld nodig. Het Vatikaan, de koninklijke familie van Italië en Boudewijn waren bereid geld op tafel te leggen.
Recent vrijgegeven geheime documenten van de CIA tonen aan hoe dit precies in zijn werk is gegaan. In april 1962 werd de ‘5412 Panel Special Group’ opgericht om Frei te steunen. Volgens de CIA ging het om ‘bedekte financiële steun aan de christendemocraten om de presidentiële campagne in 1964 van Frei te betalen.’
Hoe is die steun van Boudewijn precies verlopen? Een mogelijke piste is via Roger Vekemans, een Vlaamse Jesuïet en briljante intellectueel die toen in Chili leefde.
Halfweg de jaren 50 had de kerk in Chili een zwaar probleem met de linkse stromingen. Vekemans slaagde erin een sterke christelijke campagne te voeren. Hij werd zelfs de persoonlijke vriend en campagneleider van Frei. De overwinning van ’64 door Frei wordt door sommigen toegeschreven aan Vekemans. Hij wordt omschreven als de geestelijke vader van Frei. Via Vekemans is er ook een mogelijke link naar Hubert Daubechies, een andere Jesuïet Vekemans had ook contacten met de CIA. Dat laatste werd evenwel ten stelligste ontkend.
De steun van Boudewijn aan bevriende politici in Zuid-Amerika begint al in de jaren 50. Het mooiste bewijs vormt een brief van Boudewijn van 10 augustus 1952 in het archief van El Salvador (de brief staat in het boek Koning Boudewijn. Een biografie afgedrukt).
De brief is gericht aan Kolonel Oscar Osorio. Osorio was in de periode 1948-1950 de sterke man van de nieuwe militaire regering in dat land. De verkiezingswetten van 1949 verboden expliciet communistische partijen. In 1950 kwam Osorio aan de macht. Hij was president tot 1956.
De brief van Boudewijn gaat over een formaliteit. De ambassadeur van België in dat land, Fernand Gobert, gaat op pensioen. Opvallend is de erg vriendschappelijke toon van het schrijven. Osorio wordt door Boudewijn aangesproken als ‘cher et grand ami’. Boudewijn maakt van de gelegenheid gebruik om zijn grootste waardering voor de kolonel uit te drukken. De brief wordt ondertekend met ‘uw oprechte vriend Boudewijn’.
De toon van de brief is, voor een protocolaire aangelegenheid, opvallend vriendschappelijk van aard. Boudewijn steekt zijn waardering voor het militaire bewind van de kolonel niet onder stoelen of banken. Osorio is natuurlijk een communistenvreter. Bovendien is ook Fernand Gobert een opvallend persoon. Hij was eerder Belgische consul in Oost-Afrika en werd daar berucht omwille van zijn obsessie en haat tegen de communisten.
Volgens de webstek résistances.be is de steun van Boudewijn aan Frei het zoveelste bewijs dat het heilige imago van Boudewijn niet klopt. Boudewijn onderhoudt ook later goede contacten met de Chileense christendemocraten. In september 1989 ontvangt hij de politicus Patricio Aylwin. Aylwin wint de verkiezingen in Chili en wordt er president van 1990 tot 1994.
Boudewijn had ook sympathie voor Napoleon Duarte van El Salvador. Duarte, eveneens een christendemocratisch politicus, kwam in 1980 met de hulp van de CIA aan de macht. Kortom, Boudewijn had een grote voorliefde voor rechtse dictators.
Thierry Debels

Reacties
Door thierry debels 07/02/12 (1 jaar geleden)
Toch wel: een fragmentje uit het boek
"Midden juli 1959 komt de keizer van Ethiopië, Haile Selassie, op bezoek in ons land. Ter ere van de keizer worden overal palm- bomen neergezet, zelfs in de fabriek van fn. Tijdens het galadiner op het paleis geeft Selassie een voordracht in het Aramees. Nie- mand begrijpt een woord van wat de keizer vertelt. Boudewijn vraagt hem nadien waarom hij niet in het Engels of het Frans gesproken heeft. De keizer wilde zich naar eigen zeggen niet in onze taalkwestie mengen." De auteur van het boek